Woede is een prachtige emotie met een slechte PR. Het is een van de nuttigste emoties die je als HSP-er kunt hebben. Want het leert je dat het als de bliksem tijd is om in contact met je grenzen te komen en ze te gaan respecteren. Maar ja, je hebt je grenzen natuurlijk niet voor niets verwaarloosd.
Ik heb mijn ouders vergeven.’ Als ik voor elke keer dat ik die uitspraak van cliënten gehoord heb een euro zou krijgen, zou ik heel leuk uit eten kunnen. Elke cliënt die dat tegen me gezegd heeft was er heilig van overtuigd dat ze haar moeder/vader/ouders helemaal vergeven had. Ik niet. Ik geloof namelijk niet dat je iemand vergeven hebt als je stijf staat van woede.
Opofferen
Mijn moeder was ontzettend goed in zichzelf opofferen. Zij at de laatste, gebutste appel uit de fruitschaal. Zij nam het oude brood. En ik mocht dan het nieuwe, verse hebben. Aan de ene kant was dat fijn, want lekkerder. Aan de andere kant leverde mij dat een voorbeeld op dat ik met mijn kinderblik interpreteerde als ‘als je groot bent, en je bent een vrouw, moet je jezelf opofferen voor anderen.’
Dat was geen aanlokkelijk vooruitzicht en ik heb er veel meer van verinnerlijkt dan me lief is. Het heeft me flink wat werk gekost om te kunnen zien, dat vrouw zijn niet betekent dat ik er moet zijn voor anderen, maar dat ik zelf ook een persoon met een eigen leven mag zijn.
Verschillende kanten van hetzelfde thema
Ik dacht toen ik mijn eerste kind kreeg, dat ik al klaar was met die overtuiging van opoffering en ascese. En toen kwam er ineens een totaal nieuwe kant van aan de orde, waar ik helemaal niet op bedacht was, maar waar ik flink vast in zat. Ik bleek veel meer geïnternaliseerd en meegekregen te hebben dan ik dacht. En nu ik zelf een kind kreeg werd dat programma ineens actief.. Ruimte innemen? Mezelf opofferen? Deze thema’s waren weer helemaal aan de orde, want er was nu een nieuwe situatie ontstaan waarin ik mezelf moest uitvinden. Maar waarvan ik de voormoederlijke programma’s had meegekregen. En die dienen me zeer regelmatig niet. Ze zijn ook niet het voorbeeld dat ik mee wil geven aan mijn kinderen. Voor mijn kinderen ben ik altijd moeder. Maar voor mezelf ben ik meer dan dat. Ik ben een vrouw met een eigen leven, dat breder is dan mijn kinderen. Voor mijn kinderen betekent dat, dat ze een moeder hebben die een eigen leven heeft. Met eigen verlangens en eigen wensen. Iets dat ik in mijn familie, toen ik kind was, niet veel zag.
Voormoedererfenis
Zo’n voormoeder- of voorvadererfenis kan heel hardnekkig zijn. En soms lastig te zien, omdat je het als heel gewoon en vanzelfsprekend hebt meegekregen dat je zo leeft. Je losmaken ervan, kan een flinke klus zijn. Bij mij begint het meestal, dat ik merk dat ik kwaad ben. Het duurt soms een tijdje voor ik er goed bij kan, en voor ik weet op wie. Maar als het op mijn moeder is, (en ze is helaas al jaren dood), weet ik dat ik weer tegen een ongewenst en ongezond stukje erfenis in mezelf aangelopen ben. Dan is het tijd voor het echte werk. Want ik ben weliswaar kwaad op mijn moeder, maar het gaat niet om haar, maar om mij. Ik heb deze erfenis, ik wordt erdoor belemmerd. Zij niet meer.
Energie teruggeven
Als ik mijn woede nu zou richten op mijn moeder, zou ik alleen maar stoom afblazen. Dat voelt lekker, maar lost het probleem niet op. Wat nodig is, is dat ik naar binnen ga. En als ik de energieblokkade en de gekoppelde ongezonde overtuiging gevonden heb, ga ik aan de slag. Als ik nog energie van mijn voormoeders vasthoud, laat ik die los en geef ik die terug. Het is van hun, en mij dient het niet. Vervolgens kijk ik, wat de overtuiging is, die hieraan gekoppeld is. Wat geloof ik en klopt dit nog? Dient dit mij?
Vaak is er met het loslaten van de niet-eigen energie al beweging gekomen. Dan kan ik zien, dat dit niet iets is dat ik wezenlijk geloof, maar dat ik aangeleerd heb gekregen. Hoe meer die overtuiging oplost, hoe meer ruimte ik terugkrijg voor wie ik werkelijk ben. Dat is meestal ook het moment dat ik de woede vanzelf loslaat. Want de boodschap is gehoord en begrepen. Woede gaat dus over mij. Wat mij belemmert, wat ik anders wil, en wat ik met mezelf op moet lossen.
Woede is een beladen emotie
Wat daarbij ontzettend in de weg kan zitten is het idee dat woede een foute – want niet-spirituele – emotie is. Verlichte mensen zijn immers nooit boos en benaderen alles vanuit liefde. Of dat helemaal waar is, waag ik te betwijfelen. Verlichte mensen zijn immers nog steeds mensen. Maar stel dat het waar is. Dan is dat niet omdat ze het vermogen om boos te zijn verloren zijn, maar omdat ze zo in contact zijn met wie ze in wezen zijn, dat ze daar òf geen belemmeringen meer hebben, òf meteen aan de slag gaan met de belemmering zelf.
Wat ook in de weg kan zitten, is dat woede geen gemakkelijke emotie is. Zeker niet als je moeite hebt met nee zeggen. Want woede ìs je nee. Woede is je signaal dat jij ruimte opgeeft, wat voor jou niet gezond is. Maar als je dat doet, heb je daar altijd een reden voor. Omdat ja-zeggen je veiligheid geeft. Of voor harmonie zorgt. Als je je woede goed kanaliseert, zet ze een verandering in gang. Jij verandert en dus je acties in de buitenwereld ook. Er kunnen nu verdedigingsmechanismen in jezelf wakker worden, die je in het oude, vertrouwde willen houden. Want dat houdt je veilig.
Woede als leermeester naar zelfkennis
Het aangaan van je woede, betekent dus ook het herijken van je blik op de wereld. Ben je wel zo veilig als je jezelf naar een burn out aan het werken bent? Wordt de wereld echt onveilig als jij – net als ieder ander- je grenzen inneemt? Hoeveel van je overlevingsmechanismen passen nog bij het leven dat je nu leidt? Of bij het leven dat je leiden wil? Woede is een een wijze leermeester als we naar haar durven luisteren en haar boodschappen begrijpen.



Haha, ik herken af en toe wat in je blogs ;-). Mooie wederom!
Bedankt.